Je berekent een macroverdeling vanuit een geschatte dagelijkse energie-inname. Bepaal vervolgens hoeveel eiwit en vet daarbij passen en bereken hoeveel ruimte overblijft voor koolhydraten.
Stap 1: bepaal je uitgangspunt in calorieën
Je energiebehoefte hangt onder meer af van lichaamsgrootte, leeftijd en activiteit. Een calculator geeft een schatting. Gebruik je gewichtsverloop over meerdere weken om te beoordelen of die schatting aansluit bij je situatie.
Voor afvallen is over tijd een energietekort nodig. Voor gewichtsbehoud zoek je ongeveer evenwicht tussen inname en verbruik. Een macroverdeling krijgt pas betekenis binnen dat totaal.
Stap 2: bereken de hoeveelheid eiwit
Vermenigvuldig je lichaamsgewicht met een eiwitdoel dat bij je situatie past.
Rekenvoorbeeld: 80 kg × 1,8 gram = 144 gram eiwit per dag.
De 1,8 gram is hier een gekozen voorbeeld voor een krachtsporter, geen algemene verplichting.
Stap 3: reken een hoeveelheid vet uit
Stel dat je voor dit voorbeeld uitgaat van 2.400 kcal en 30% daarvan aan vet toewijst:
2.400 × 0,30 = 720 kcal uit vet.
720 ÷ 9 = 80 gram vet.
Stap 4: bereken de resterende koolhydraten
De 144 gram eiwit levert 576 kcal. Samen met de 720 kcal uit vet is dat 1.296 kcal.
2.400 − 1.296 = 1.104 kcal over voor koolhydraten.
1.104 ÷ 4 = 276 gram koolhydraten.
Uitgewerkt voorbeeld: 80 kg en 2.400 kcal
| Macronutriënt |
Hoeveelheid |
Energie |
Aandeel |
| Eiwitten |
144 g |
576 kcal |
24% |
| Vetten |
80 g |
720 kcal |
30% |
| Koolhydraten |
276 g |
1.104 kcal |
46% |
| Totaal |
— |
2.400 kcal |
100% |
Dit is een fictief rekenvoorbeeld. Een gewicht van 80 kg betekent niet automatisch dat je 2.400 kcal nodig hebt. Ook de gekozen percentages zijn geen universele optimale verdeling. Het voorbeeld laat zien hoe je van calorieën naar grammen rekent.
Op etiketten kan de totale energie iets afwijken van een berekening met alleen deze drie macro’s, bijvoorbeeld door vezels en afrondingen.