1. Maak de chocoladebodem
Bekleed de vorm met bakpapier. Laat aan de zijkanten wat papier uitsteken, zodat je de opgesteven plak later gemakkelijker uit de vorm kunt tillen.
Meng het havermeel met het cacaopoeder. Gebruik je het optionele chocolade-eiwitpoeder? Meng dat er nu doorheen.
Voeg de 150 gram pindakaas, vijf eetlepels honing en twee theelepels gesmolten kokosolie toe. Meng tot een stevig, samenhangend deeg.
Verdeel het mengsel over de vorm en druk het stevig en gelijkmatig aan met de achterkant van een lepel of een spatel. Zet de bodem in de koelkast terwijl je de dadelkaramel maakt.
2. Maak de dadelkaramel
Week de ontpitte Medjoul dadels 15 minuten in warm water. Giet ze daarna af.
Maal de dadels met de twee eetlepels pindakaas tot een zo glad mogelijke pasta. Schraap tussendoor de zijkanten van de keukenmachine schoon, zodat alles goed wordt meegenomen.
Verdeel de dadelkaramel voorzichtig over de gekoelde bodem. Strijk de laag gelijkmatig uit.
3. Voeg de chocoladetopping toe
Smelt de 120 gram pure chocolade au bain-marie: zet een hittebestendige kom boven een pan met zacht verwarmd water. Laat de bodem van de kom het water niet raken en voorkom dat er water in de chocolade komt.
Roer tot de chocolade gesmolten is. Giet deze over de dadelkaramel en verdeel tot een gelijkmatige laag. Strooi er een snufje zout over.
4. Laat opstijven en snijd in repen
Zet de vorm minimaal één uur in de koelkast. Controleer of de lagen voldoende stevig zijn voordat je gaat snijden. Een dikke plak kan langer nodig hebben.
Til het geheel met het bakpapier uit de vorm en snijd in 12 repen of kleinere blokjes.